Terug naar overzicht

Gebouwde omgeving

In 2050 moeten 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van het aardgas af, oftewel CO₂ neutraal zijn. Isoleren en gebruikmaken van duurzame warmte en elektriciteit zijn daarvoor het belangrijkst. Als eerste stap moeten in 2030 de eerste 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd zijn. Dat gaat wijk voor wijk, maar wel in een steeds hoger tempo. De gemeenten weten in 2021 welke wijk, wanneer aan de beurt is. Bewoners worden daarbij betrokken. Het is de bedoeling dat de investering in verduurzaming betaald kan worden uit de opbrengst van een lagere energierekening. 

Ook u als huurder van Provides krijgt er mee te maken. Concrete plannen zijn er nog niet maar komen er wel. Welke opties zijn er om de woningen van Provides te verduurzamen? Hier noemen wij er enkele:

  • Isoleren van ramen, muren en daken;
  • Aanschaf van nieuwe energiebronnen, zoals o.a.: warmwaterpompen, Nieuwe en zuinigere CV ketels en zonnepanelen;
  • Zonnecollectoren, deze verwarmen water onder invloed van de zonnestralen;
  • Zonnepanelen, die elektriciteit opwekken.

Al deze investeringen kosten geld en hebben consequentie voor de huur die u in de toekomst moet gaan bepalen. Aan de andere kant gaat uw energierekening naar beneden.

Belang van isoleren Goed isoleren in combinatie met goed ventileren is bij bestaande woningen heel belangrijk om een verbeterslag te kunnen maken. Het zorgt direct voor een lagere energierekening. Daardoor ben je minder afhankelijk van schommelingen in de energieprijzen. Bovendien is het een effectieve investering: isolatiemaatregelen blijven veel langer goed dan bijvoorbeeld installaties. Het isoleren van de buitenkant van de woning heeft bouwfysisch de minste risico’s. Bovendien is het dan mogelijk een hele straat een frisser uiterlijk te geven. Isoleren ‘binnen de bestaande schil’ kan ook, maar brengt bouwfysisch risico’s met zich mee. Bovendien wordt de ruimte in de woningen kleiner. Maar soms kan het niet anders, bijvoorbeeld bij monumenten.

Energie opwekken
Afhankelijk van de (resterende) warmtevraag in een woning kan worden bepaald hoe deze zal worden opgewekt. In de huidige woningvoorraad wordt dit meestal gedaan met een HR 107 ketel en aardgas. Toch zijn er ook steeds meer alternatieven om energie op te wekken.

Warmtepomp:
Een milieuvriendelijke vervanger voor een cv­ketel is een warmtepomp. Die zorgt op een duurzame manier voor warm water, het verwarmen en in sommige gevallen ook het koelen van het huis.

Biomassa:
Energie uit biomassa wordt opgewekt door verbranding. Vaak moet de biomassa eerst vergast of vergist worden tot een biobrandstof. Biomassa bestaat uit allerlei organische materialen, zoals hout, gft­afval, maar ook plantaardige olie, mest en speciaal hiervoor geteelde gewassen.

Restwarmte:
Bij veel bedrijven komt restwarmte vrij bij het productieproces. Deze warmte kan via een warmte net worden gebruikt om gebouwen, openbare ruimtes en buitenbaden te verwarmen.

Zonnecollector:
Een zonnecollector verzamelt zonnewarmte ten behoeve van verwarming en/of warm tapwater. Een vacuümbuiscollector levert ook in de winter veel warmte.

Zonnepanelen:
De elektriciteitsvraag van een woning bestaat uit stroom voor huishoudelijk gebruik en stroom voor installaties die bij het huis horen. Vooral een warmtepomp gebruikt veel stroom; dat staat in verhouding tot de warmtevraag. Hoeveel zonnepanelen zijn er ongeveer nodig? – Alleen huishoudelijk gebruik: 8 panelen (12,8 m2) –
Warmtepomp (verwarming en tapwater) bij isolatie binnen bestaande schil: 16 panelen (25,6 m2) – Warmtepomp (verwarming en tapwater) bij nieuwe schil (zeer goede isolatie): 8 panelen (12,8 m2) –
Heeft u bijvoorbeeld de bestaande schil goed geïsoleerd: In totaal 8 + 16 = 24 panelen.